Regelmatig krijg ik in mijn praktijk vragen als: “Waarom ga ik steeds in freeze?” of “Waar gaat het nu precies fout in mijn hersenen?”
Met deze blog-reeks wil ik meer uitleg geven over trauma. Trauma wordt vaak vereenvoudigd tot die automatische stressreacties: vechten, vluchten of bevriezen. Maar door de hersenen te bestuderen besef ik dat er natuurlijk nog heel wat andere hersengebieden meedoen.

In deze blog ga ik in op gebieden in de hersenstam die al in gang komen voordat deze overlevingsreactie wordt ingezet. Deze gebieden zorgen voor oriëntatie, het besef dat er iets niet klopt, shock en affect, allemaal nog voordat we in een overlevingsreactie gaan. Dit heb ik mogen leren door mij te verdiepen in Deep Brain Reorienting.
Die ontdekking heeft mijn visie op trauma veranderd.
De missing link in trauma-theorie
Ik heb lang gewerkt met de polyvagaaltheorie van Stephen Porges. Een waardevol model dat veel heeft bijgedragen aan ons begrip van autonome regulatie. Maar toch miste er iets. Waarom gaat de één veel sneller buiten de window of tolerance dan de ander? En waarom gaat de ene in freeze, terwijl de ander in fight/flight gaat zonder dat ze weten waarom?
Het antwoord ligt in wat er gebeurt vóór de overlevingsreacties.
De kettingreactie vóór fight/flight/freeze
Wat er gebeurt in die vroege fase van dreigingsperceptie, is allereerst een oriëntatiereactie.
De oriëntatie is eigenlijk een zintuig die als eerste ontwikkeld is tijdens de zwangerschap. De foetus verwerkt de auditieve en vestibulaire input en kan hiermee inschatten waar hij/zij zich bevindt ten opzichte van het lichaam van zijn moeder, waar ten opzichte van de zwaartekracht en waar ten opzichte van andere mensen zoals de vader of andere contacten. De structuur die hiervoor zorgt zijn de superior colliculi.
Bij positieve stimuli wordt de ventrale periaqueductal grey geactiveerd, waardoor er een benadering in gang gezet wordt, zodat er gegeten of geknuffeld kan worden. De superior colliculi nemen het ook waar indien er iets niet klopt. In dat geval zorgen de diepere lagen van de superior colliculi er voor dat er spierspanning optreedt. Meestal is dat rond de ogen of aan de schedelbasis. Ik zou het zelf “brace for impact” noemen…
Als de dreiging blijkt te kloppen, komt er een shock reactie vanuit de locus coeruleus. Deze shock reactie is meestal heel kort, zodat er genoeg tijd is om tot de overlevingsreactie te komen. Zeker bij een heftige shock wordt de lading compact in korte tijd. Hierna komt het affect (periaqueductal grey) zoals angst, woede, paniek, etc. En pas dán wordt er een overlevingsreactie in gang gezet door de hypothalamus (fight, flight, freeze, appease, etc).
Met andere woorden: trauma begint niet bij fight/flight. Het begint bij een primitieve, subcorticale registratie dat er iets niet klopt. En dat gebied ligt zo diep dat we er met ons bewustzijn niet bij kunnen.
Conflicterende signalen en vermoeidheid
Een van de dingen die DBR voor mij ook verhelderde, is waarom mensen met trauma vaak moe zijn.
Dat heeft te maken met een mechanisme dat in de diepste hersenlagen optreedt wanneer we conflicterende signalen ontvangen. Een klassiek voorbeeld: een baby die huilt door de honger. De moeder – bron van voedsel en veiligheid – komt niet. Of erger nog: ze komt wél, maar op een afwijzende, straffende of onvoorspelbare manier.
Het brein ervaart dan tegelijkertijd een approach-signaal (ik wil naar haar toe, daar is voedsel, daar is overleven) en een avoidance-signaal (dit doet pijn, dit is onveilig). Dat zorgt voor een diep neuronaal conflict. Dat conflict en de pijn daarvan is ondraaglijk, zeker voor zo een jong brein in ontwikkeling. En dus zoekt het een uitweg.
En die uitweg is vaak verdoving van de spanning via endocannabinoïden. Deze lichaamseigen stoffen dempen de activiteit van hersencellen. Ze vormen als het ware een interne demper op wat niet verwerkt kan worden. En dat dempingsmechanisme leidt tot vermoeidheid.
In plaats van een helder fight/flight-patroon ontstaat er dan een constante interne rem. Een toestand waarin het systeem wel actief is, maar nergens heen kan.
Wat dit betekent voor therapie
In mijn praktijk zie ik vaak mensen die “alles weten”. Ze kennen hun diagnoses, triggers, copingstrategieën. En toch voelen ze zich verloren, uitgeput of emotioneel geblokkeerd.
Pas wanneer we vertragen en afstemmen op die eerste oriëntatiereactie – zoals DBR dat doet – beginnen de diepere lagen van het brein te spreken. En dan komen er geen verhalen of herinneringen, maar lichamelijke reacties die spontaan ontstaan. De energie van de shock wordt over de tijd uitgesmeerd. Zo wordt de shock volledig verwerkt binnen een veilige omgeving.
Trauma laat zich niet altijd in woorden vatten, maar ligt dus wel degelijk opgeslagen in het lichaam. Het is heel mooi dit proces te begeleiden. Je ziet, zonder steeds terug te moeten gaan naar de trigger, hoe het lichaam zelf processen en bewegingen in gang zet om trauma te verwerken.
Tot slot
Of iemand vecht, vlucht of bevriest, hangt niet alleen af van de dreiging zelf, maar ook van het interne conflict dat tegelijk wordt aangewakkerd. Juist die verborgen laag maakt dat trauma vaak leidt tot vermoeidheid of blokkade, ook wanneer iemand “alles begrijpt”. Het goede nieuws is dat het brein hierin kan veranderen. Deep Brain Reorienting, ontwikkeld door onder andere Frank Corrigan, geeft hierin een waardevol kader.
In de praktijk pas ik DBR sinds kort toe, als onderdeel van een breder palet aan neurobiologische benaderingen.
Wil je meer leren over trauma en de hersenen? Houd mijn volgende blogs dan in de gaten, waarin ik verder inga op hoe trauma in het hele brein werkt. Ik bereid de cursus “Neurobiologie van trauma & herstel” waarin je leert om op een neuro-informed te werken. Dit is voor psychologen, artsen en pedagogen ontwikkeld. Ben je abonnee van Neuro-Inzicht? Dan krijg je als eerste toegang tot de wachtlijst van deze cursus.

