Hoe angst je perceptie verandert

  • Bericht auteur:

Trauma en het brein: Hoe angst je perceptie verandert

In mijn vorige blog beschreef ik dat trauma al begint vóór vecht-, vlucht-, freeze- of fawnreacties optreden.
Het begint al bij waarneming en oriëntatie — in de superior colliculi van de hersenstam.

Op basis van eigen fMRI-onderzoek naar aandacht en angst, wil ik in deze blog laten zien dat trauma niet alleen in de hersenstam en primaire reflexen zit, maar ook in de cortex.

Angst verandert wat je ziet en kunt verwerken

In 2006 werkte ik in de Verenigde Staten, in het lab van prof. Richard Davidson in Madison, Wisconsin. Samen met mijn supervisor prof. dr. Heleen Slagter deed ik daar onderzoek naar de effecten van geïnduceerde angst op aandacht. Uit eerder onderzoek van Heleen was al gebleken dat aandacht niet vaststaat. Aandacht is een beperkte hulpbron in het brein — en waar je bang voor bent, bepaalt waar die aandacht naartoe gaat. Een klassiek fenomeen hierbij is de attentional blink.

De “attentional blink” uitgelegd

Bij een attentional blink krijgen mensen snel na elkaar twee belangrijke stimuli te zien, verborgen in een reeks andere beelden.
De taak: beide stimuli opmerken. Wat blijkt? Na het waarnemen van de eerste stimulus is er vaak een kort moment waarin de tweede niet wordt gezien — alsof het brein even “knippert”.

De attentional blink laat dus zien dat er een bottleneck is: aandacht heeft een beperkte capaciteit. 

Interessant detail: monniken vertonen een kleinere attentional blink. Zij lijken een grotere aandachtscapaciteit te hebben, vermoedelijk omdat ze minder waarde of emotionele lading toekennen aan wat ze waarnemen.

Met andere woorden: minder emotionele betrokkenheid = minder aandacht die blijft “hangen”.

 

Wat gebeurt er als angst in het spel komt?

De hypothese was dat angst voor een stimulus meer aandacht zou “opeten” en er dus automatisch minder aandacht was voor de andere stimulus in het spel. Het bleek ook uit eerdere studie dat angst voor stimulus 1 leidde tot een sterkere “blink” (dus dat stimulus 2 vaker gemist werd). En andersom ook: angst voor stimulus 2 zorgde voor een kleinere “blink”, dus stimulus 2 werd vaker waargenomen (zonder verandering in waarneming van stimulus 1). 

Wat zagen we in de MRI?

In ons experiment deden deelnemers deze taak in een MRI-scanner.
We meetten de zuurstofverzadiging in het bloed — een maat voor hersenactiviteit.

  • Stimulus 1: een afbeelding van een lichaam
  • Stimulus 2: een afbeelding van een landschap
  • Beide verschenen kort na elkaar, tussen andere stimuli

(Slagter, Johnstone, Beets & Davidson, 2010. Neural competition for conscious representation across time: an fMRI study. PLoS ONE. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0010556)

De deelnemers moesten:

  1. aangeven welk lichaam ze zagen
  2. aangeven of ze het landschap hadden waargenomen — en zo ja, welk

Het mooie aan deze opzet is dat verschillende soorten beelden ook verschillende gebieden in de cortex activeren.

Specifieke plekken in de cortex

  • Lichamen activeren de extrastriate body area (EBA)
    (op de overgang tussen de occipitale en pariëtale kwab)
  • Landschappen activeren de parahippocampal place area (PPA)
    (vlak bij de hippocampus, belangrijk voor navigatie en geheugen)

(Slagter, Johnstone, Beets & Davidson, 2010. Neural competition for conscious representation across time: an fMRI study. PLoS ONE. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0010556)

Zo konden we exact zien: hoe sterk deze gebieden al actief waren vóórdat een stimulus bewust werd waargenomen.

Het kernresultaat

Het belangrijkste resultaat was een psychofysiologische interactie:

Hoe hoger de activatie in deze corticale gebieden en een deel van de prefrontale cortex, hoe accurater de stimulus ook daadwerkelijk werd waargenomen.

Waarom de activatie soms anders is, werd niet onderzocht, maar zou kunnen samenhangen met bottom-up invloeden zoals vanuit de hersenstam of amygdala (angstkern). 

Angst zorgt er dus dat aandacht weglekt van alles wat niet relevant is voor die angst. En dat betekent iets fundamenteels: je ziet de wereld letterlijk anders, afhankelijk van wat je voelt en waar je bang voor bent.

 

Trauma verandert je blik op de wereld

Trauma zit dus niet alleen in reflexen of overlevingsreacties.
Het zit ook in hoe je cortex voorspelt, selecteert en betekenis geeft aan wat je waarneemt.

Een open niet angstig zenuwstelsel
→ laat meer informatie toe
→ geeft ruimte aan nuance
→ en zorgt letterlijk voor een openere blik.


Waarom dit belangrijk is

Dit is precies waarom puur “begrijpen” vaak niet genoeg is bij trauma. Als je waarneming al vernauwd is, dan komt nieuwe informatie simpelweg niet binnen. En daarom moet traumatherapie ook verder kijken dan gedrag of cognitie. We mogen dus meer aandacht hebben voor de onbewustere, automatische processen dieper dan in de prefrontale cortex. In de lagen waar waarneming, verwachting en aandacht ontstaan. 


Deze blog is geschreven door Iseult Beets, PhD — neurowetenschapper en klinisch psycholoog, oprichter van Newrons Neuroscience. In haar werk verbindt ze fundamentele neurowetenschap met klinische praktijk, met een focus op trauma, aandacht en herstel.

Geef een reactie